zaterdag 22 juli 2017

De allerlaatste oversteek

De laatste oversteek is meteen ook de pittigste. Op 10 juli verlaten we de jachthaven van Ponta Delgada, uitgezwaaid door de vriendjes van Sea Colors. Er staat weinig wind en al snel moet de motor aan. We varen een rechte koers naar Engeland. Op de plotter, distance to destination: 1119 mijl. Als de avond valt, neemt de wind stilaan toe en rond 21u is de schijnbare windsnelheid rond de 20 knopen. We zeilen scherp aan de wind en steken voor de eerste nacht een reef, zodat de Sta Vast niet te hard zou hellen. Met een gemiddelde snelheid van 6 knopen over de grond gaan we de eerste nacht in. De kinderen hangen in hun netjes om te verhinderen dat ze uit hun bed rollen. Ook de tweede dag verloopt zonder veel incidenten. We halen een mooie snelheid en zien de mijlen wegtikken. Het is zonnig, maar de wind is koud. Vooral de nachten zijn een uitdaging. We doen meer en meer kleren aan, maar naar het einde van onze shiften is iedereen verkleumd en dan duurt het lang vooraleer we opgewarmd zijn. Mami gaf met Bea warmwaterkruiken mee en op het laatste stopte ik die tijdens mijn nachtshift in mijn zeilbroek. De dagen glijden rustig in elkaar over. Als we een klein tonijntje vangen is het feest aan boord. Op het menu: carpaccio à la Joris en sushi! 
Ondertussen is de wind helemaal weggevallen en moet de motor helaas aan. Op koers blijven betekent dagen aan een stuk motoren dus beslissen we de wind elders op te zoeken. We varen richting A Coruña waar er volgens de grib files wind op ons zit te wachten.  


15 juli. De wind wakkert aan, de zee wordt woester. Voor we de nacht ingaan, reven we het grootzeil helemaal, en ook de genua korten we in. De wind piekt tot 34 knopen. De Sta Vast trekt door de golven. Tegen de ochtend is de zee veranderd in een kolkende massa en de golven slaan regelmatig over en in de kuip. Het water stroomt met bakken over het gangboord en we worden alle kanten opgezwierd. De komende 48 uur zijn pittig. Er is wind. Veel wind, maar hij komt uit de richting waar wij naartoe moeten, dus kruisen we op. Nu eens zetten we koers naar Groenland, dan weer naar A Coruña. Op 48 uur leggen we amper 70 mijl af. Het is frustrerend en vermoeiend. Gelukkig zit de sfeer nog altijd goed. Bea is wel wat gewend en is een fantastisch bemanningslid. Of het nu zeilen trimmen is, wacht lopen, weerbeelden bediscussiëren, rodekool maken, of "wie ben ik" spelen met de kinderen is, ze doet alles met evenveel enthousiasme. Niks is haar teveel. 

18 juli. 44°55 N, 11°28 W. Vincent wijst aan stuurboord in de verte. Een enorme verticale spuit. Walvissen! Niet zo heel ver van ons vandaan. Op motor proberen we ze te volgen. Tot twee keer toe zien we de spuit, maar het lukt ons niet om dichterbij te komen. Door de manier van spuiten en het feit dat het dier maar 15 minuten onderduikt, denken we dat het een 'finn whale' was. We hervatten onze koers.
Intussen begint de wind eindelijk te ruimen. We mogen voor de wind zeilen. Ook al betekent dat regelmatig gijpen, toch voelen we ons goed bij deze koers. We kunnen weer even op adem komen. Het is wel nat. Alles is klam. Binnen ook. Het is moeilijk om de vochtigheid uit onze kleren te krijgen. Af en toe krijgen we een waterig zonnetje maar vaak is het grijs en miezerig weer. De koers wordt gewijzigd. We gaan naar Camaret. Boven de Scilly Islands, onze oorspronkelijke bestemming hangt een depressie. Daar hebben we geen zin in. Bretagne is ons nieuw doel dus. 

19 juli. De wind neemt toe. Onze snelheid ook. We halen pieken tot 9 knopen. De wind wakkert aan tot 35 knopen. De golven zijn hoog en krachtig en omdat we nu halve wind varen komen ze langszij. 
Op een bepaald moment krijgen we gezelschap van een grote groep van pilot whales (in het Nederlands: griend). Meer dan een uur volgen ze de boot, ze surfen op de golven. En ze zijn overal. Het is een adembenemend schouwspel. Als ze weg zijn, steken we drie reven in het grootzeil en heisen het kleine stagzeil. We gaan nog steeds zeven knopen. We zijn allemaal opgelucht als de wind wat wegzakt. Eindelijk kunnen we weer wat vrijer bewegen. Het is heel vermoeiend om voortdurend houvast te moeten zoeken en onze benen staan vol blauwe plekken en kneuzingen. 

Op 20 juli zien we in de late namiddag de contouren van de Bretoense kust aan de horizon. Het blijft koud, maar het is een zonnige dag en we genieten met volle teugen van het laatste stukje oversteek. Als de nacht valt, navigeren we ons een weg langs de vele rotsen en kliffen, geholpen door de vuurtorens en boeien, maar toch vooral door de kaartplotter. Om 1u, het heerlijke geluid van een ratelende ketting: we droppen het anker in de baai van Camaret. En daarmee is de laatste oversteek een feit. Het gevoel van melancholie dat ons al een maand vergezelt is sterk. Voorgoed hebben we de helwitte stranden, het lauwe kristalheldere water en de bootvrienden achter ons gelaten. Het is dubbel. Enerzijds zijn we blij omdat we vrienden en familie zullen terugzien, anderzijds droevig omdat het einde van dit onvergetelijke jaar in zicht is. De vermoeidheid slaat toe. Eerst slapen. Morgen is er tijd voor sentiment.


Sta Vast klaar voor vertrek op Sao Miguel

Een laatste blik op de Azoren

Sta Vast glijdt door de toen nog relatief rustige golven

De sushi-fabriek

Cinema op het dek in stijl

foto: Bea

Wie ben ik?





Sudoku-westrijd: Vincent-Katrien: 2-0






warmwaterkruik in mijn zeilbroek om een beetje warm te blijven


kouder dan koud




Pilot whales zwemmen met ons mee

surfen op de hoge golven

proberen warm te blijven

de kapitein en zijn juf






Na 10 dagen in Cameret. En het regent!



Dag Bea! Dankjewel voor alles!








maandag 10 juli 2017

Az-ooooooh-ren!!! *


Vanaf dag 1 zijn we helemaal verkocht door de pracht van deze eilandengroep. (* de titel moest ik even lenen van Sara Bosmans, die mij dat hopelijk niet kwalijk neemt, maar de oohs en aahs hebben we ons vaak laten ontsnappen hier).  Bijna vier weken brengen we door op de Azoren. Faial is onze eerste stop. Het stadje Horta, waar we na de oversteek belanden, is een sympathieke plek die rond deze tijd van het jaar overspoeld wordt door zeilboten. De meesten hebben net als wij een lange oversteek achter de rug en voortdurend botsen we op oude bekenden die we doorheen het jaar ergens ontmoet hebben. Of mensen die we kennen van hun blog zoals de Tsuru.


Erik is nog drie dagen bij ons en met hem laten we ons door een taxi afzetten bij de krater van de vulkaan, de Caldeira, één van de highlights op de Azoren. En dat blijkt niet voor niets. De Caldeira is bijna cirkelvormig en reusachtig. Op de bodem zien we moerasachtige plekken. Het is hier van een buitengewone schoonheid. We lopen vier uur lang bovenop de krater en keren terug via de Levada's, smalle irrigatiekanaaltjes met een wandelpad naast. We voelen onze voeten niet meer als we terug in de taxi zitten, maar het was het waard.

Mistig zo hoog op de krater




Vulkaankrater




wandeling langs de levada's





De dag vooraleer we Erik uitzwaaien, beslissen we om mee te varen met een walvisspotter. Het jaar is bijna om en we kwamen er geen tegen al zeilend, dus we laten ons overhalen door Pedro en Marc die, toen ze naast ons aanlegden de eerste dag aan het fueldock zo vol vuur over deze majestueuze beesten spraken, dat we nieuwsgierig werden. Twee dagen later staan we warm aangekleed met onze zeilkleren en reddingsvesten klaar om na de briefing met Pedro, Marc en Anna de marinebiologe walvissen te gaan spotten. Nog geen kwartier na ons vertrek, zien we de eerste: een prachtige finnwhale. Majestueus glijdt hij door het water om even later weer heel diep onder te duiken. Deze draagt een tag met een zuignap, die lost als hij in de diepte verdwijnt. We pikken het toestel op en Pedro laat de Universiteit weten dat wij hem aan boord hebben. Later komt de onderzoeker langszij en legt uit dat ze door de dieren te merken meer te weten komen over hun gedragspatronen. Boeiend! Maar wij moeten door, Pedro kreeg telefoon van zijn spotter aan land dat er nog een groep walvissen zich wat verderop bevindt. En weer krijgen we het magnifieke schouwspel te zien van deze buitengewone dieren. Ook een groep dolfijnen komt zo dichtbij zwemmen dat we ze zouden aanraken. Simon is door het dolle heen. Vier uur later zijn we het er allemaal over eens. Een bezoek aan de Azoren is niet compleet zonder walvissen te spotten. Simon heeft intussen de harten van Pedro en Marc weten veroveren met zijn typisch enthousiasme en mag samen met Elise nog een keer gratis mee op expeditie. Deze keer zien ze een groep spermwhales (potvissen) met kalfjes. Als ze terugkomen raken ze er niet over uitgepraat! 

Common dolphins

een stukje van de 14m lange vinwalvis

zijn hoofd



Dag Erik! Merci!


Simon en Elise nog eens mee op walvissentocht

Simon krijgt een boek over dolfijnen van Marc



Na het vertrek van Erik, die ons de laatste avond nog trakteert op een overheerlijk dinner, blijven wij nog een week in Horta. We kuieren door de straten, gaan eten in één van de goedkope restaurantjes, werken onze administratie bij terwijl de kinderen met de jongens van Tsuru op de kade of met LEGO spelen en ik ga er naar de tandarts.
Uiteraard stoppen we ook in Café Sport, dé verplichte halte voor elke zichzelf repecterende zeiler. Het is meer dan een café. Het is een instituut. Waar je ook nog eens lekker kan eten. De laatste dag op Faial nemen we de Ferry naar de overkant om het eiland Pico te bezoeken. We maken er een prachtige wandeling door de wijngaarden, die omzoomd zijn met muurtjes van lavasteen. De grijze steen in combinatie met het groen van de wijnranken en het blauw van de oceaan zorgen voor een bijzonder decor. 

Thee drinken in Casa op Horta

Café Sport

Met de ferry naar Pico

captain and his wife
een kapelleke op Pico


We zouden nog een eeuwigheid in Horta kunnen blijven, zo gezellig vinden we het, maar als we nog iets willen zien van de andere eilanden, moeten we nu vertrekken. Echter niet zonder de obligate tekening achter te laten op de kademuur.  De tiende dag manoeuvreert Vincent de Sta Vast uit het allerkleinste plekje ooit en varen we achterwaarts de haven uit. São Jorge aan de overkant wordt de bestemming. Het wordt een prachtig tochtje op motor en geholpen door de stroming varen we drie uur later de jachthaven van Velas binnen. We leggen aan tegen Santana, een Nederlandse boot met wie we elke avond via Ssb, onze radiozendinstallatie tijdens de overtocht hebben gecommuniceerd. Trees en Jan zijn gezellige mensen en vertellen ons wat de highlights van het eiland zijn. Via José van de jachthaven huren we twee dagen een auto en daarmee verkennen we de hoogste berg en de Fajãs aan de Noordkust. Ook hier is de natuur weer van een buitenaardse schoonheid. De Pico da Esperanza is de hoogste top van het eiland, iets meer dan 1000 meter, en zorgt voor een ongelofelijk uitzicht, als de mist even optrekt, op de andere eilanden. Onderweg worden er prachtige veldboeketten geplukt. Ook typisch voor São Jorge zijn dus de Fajãs, smalle landtongen onderaan de kliffen. Wij maken een lange wandeling door het wilde noorden van het eiland van de Fajã dos Cubres tot aan de Fajã da Caldeira de Santo Cristo. En weer wordt er veel ge-ooooh-d. 

mini-doorgang in de jachthaven van Horta

het bewijs van onze overtocht vereeuwigd in Horta





meer vee dan mensen op Sao Jorge


Wandelen op de Faja in Sao Jorge





De volgende dag wil Santana al vroeg vertrekken naar Terceira. Wij gaan met ze mee. Samen met nog een andere boot. Aanvankelijk zijn we wat lui. Eigenlijk heel lui. We lezen een boek, chatten met het thuisfront (langleve de afschaffing van de roamingkosten!!), zien weer dolfijnen en kokkerellen een beetje. We genieten van het gestaag dobberen en zetten af en toe wat motor bij maar veel puf om met de zeilen bezig te zijn hebben we niet. De boten rondom ons hebben hun spinnaker bovengehaald, maar daar zijn wij dus veel te lui voor. Tot we door iedereen worden ingehaald. Het spinnaker hebben we nog nooit zo snel de lucht ingehesen. We trimmen het zeil tot in de perfectie en dan steekt er nog wat wind op. Oh wat gaan we hard. 7 knopen. 8 knopen. 9 knopen!! Inhalen doen we de anderen niet meer maar geen vijf minuten later gooien ook wij ons anker uit in de baai van Angra do Heroismo. En we hebben amper schoon schip gemaakt of het klinkt op kanaal 16: "Sta Vast, Sta Vast, Sta Vast, dit is Tsuru, horen jullie mij?". Het is de verjaardag van Julian. Of we taart komen eten? En zo zitten we even later aan boord van dit sympathieke gezin een heerlijke taart te smullen. De dag nadien nemen wij de jongens mee naar een superleuke speeltuin en 's avonds gaan we met zijn allen eten. Helaas eindigt de avond nog in tranen want Eliseke valt met haar skeelers en er is even twijfel of haar kin gehecht zal moeten worden, maar uiteindelijk plakken we steristrips. (Must haves op elke boot! Wij hebben ze in elk geval al regelmatig nodig gehad). Jammer dat de dag zo eindigt want het was super gezellig. De volgende dag is er nog tijd voor een ijsje samen, en dan is er alweer afscheid want zij steken al over en wij gaan nog 10 dagen naar São Miguel waar mijn ouders op bezoek komen. Santana blijft nog een beetje. 
operatie Elise
een ijsje met de Tsuru-jongens

Toch maar snel het spinnaker bovenhalen...




De tocht naar São Miguel is 100 mijl, dus om 1u30 zetten we de wekker. Au. Ik kom precies van een andere planeet als ik de wekker hoor. En Vincent van een ander zonnestelsel. Maar even later staan we allebei in zeilpak klaar om het anker op te halen. Het is een mooie tocht. Tegen het moment dat de zon op komt hebben we al behoorlijk wat mijlen afgelegd. Weer krijgen we gezelschap van dolfijnen en om half zeven meren we af in Ponta Delgada. Net op tijd want een uur later landen mijn ouders. Wat een blij weerzien is dat! Ze logeren in een hotel vlakbij en we verstoppen ons in de lobby zodat we ze kunnen verrassen als ze toekomen. 8 maanden is een hele tijd om elkaar niet te zien en iedereen is een beetje euforisch. Ook al hebben we elkaar zo vaak als kon gehoord en gemaild, toch moeten we nog 1000 en 1 dingen vertellen en vragen. De dag na hun aankomst is het mijn verjaardag. Jaja, 40. Er is een lekker ontbijt in het hotel van oma en opa en ik ben ontroerd door de moeite die mijn vrienden thuis deden om de leukste pakjes tot hier te krijgen. Een feestpakket met lichtjes en slingers en ballonnen, een ongelofelijk leuke fotoreeks van alle plekken in Leuven die ik koester, een prachtige armband, twee toepasselijke schilderijtegeltjes en een uitnodiging voor een weekendje weg. Er is zelfs een wonderlijk geschenk van Mia van Itchy Foot. Om nog maar te zwijgen van de pakjes van Vincent en de kinderen en oma en opa. Ik voel me ontzettend geliefd en dankbaar dat al deze bijzondere mensen in mijn leven zijn. ❤️ 

ik zie ze...


40. olalala


De eerste dag kuieren we door de stad, maar de volgende dagen heeft opa een auto gehuurd en omdat er voor ons geen enkele meer vrij was kruipen we met zijn allen in de kleine Fiat Punto. Het is een beetje aan de krappe kant, maar ook wel heel gezellig. Het wordt een week waarin we veel lachen, praten, prachtige dingen zien en heel veel eten. Een verplichte stop op São Miguel zijn de kratermeren in het westen: het Lagoa Azul en het Lagoa Verde. Deze bijzondere meren zouden hun kleur te danken hebben aan de romance tussen een koningsdochter en een boerenzoon die gedwongen waren door de koning om elkaar niet meer te zien. En zo ontstond een blauw meer door de tranen van de prinses, en een groen meer, afkomstig van de groene ogen van de boerenzoon. Het zou ook kunnen dat het groene meer meer algen heeft...
Wat er ook van zij, de Caldeira zorgt voor adembenemende uitzichten. 

Zoek opa, een spelletje dat nooit verveelt... ;-)










De dag nadien bezoeken we een theeplantage Cha Gorreana. Je kan er slenteren door de productieruimten, waar de machines eeuwenoud lijken, maar nog steeds echt gebruikt worden. We proeven er de verschillende soorten thee met prachtig uitzicht op de plantage en eten, hoe kan het anders, er een lekker gebakje bij. 's Middags picknicken we met alweer een onwaarschijnlijk uitzicht op de lappendeken van groene weiden en in de verte de oceaan. De namiddag brengen we door op een zwart strand tussen indrukwekkende kliffen en ijskoude watervallen die uitkomen op het strand. We hebben het bijna de hele middag voor ons alleen. 


grote, kleine jongen...



een romantisch momentje, zou Elise zeggen.



We gaan ook nog naar de Vale das Furnas. Daar maken we een fikse wandeling rond het Lagoa das Furnas, een groot kratermeer, omgeven door bossen. Na al dat gewandel gunnen we onszelf een bad in het geneeskrachtige water in de stad. Hier zijn natuurlijke warmwaterbaden gaande van 29 tot 39°. Samen met de locals, die weten wat goed voor ze is, voelen we onze afgematte ledematen helemaal tot rust komen in het ijzerrijke bad. Voor ons is het het eerste bad in een hele lange tijd. 

We krijgen maar niet genoeg van al dat baden en de volgende dag kruipen we in de Caldeira Velha nog een keer in een warm bad in een weelderig groen decor. Het is een bijzondere ervaring. Midden in de bossen baden tussen enorme varens en groen gebladerte. Voor de namiddag hebben we een picknick mee die we opeten op het strand van Santa Barbara temidden van paragliders. De mannen en Elise wagen zich aan een duikje in dit ware surfersparadijs, maar voor de dames is het te koud. Wij blijven gezellig kletsen op het warme zand. 



baden in de natuur

een warmwaterwaterval



De voorlaatste dag nemen de oma en opa de kinderen mee voor een dagje waterpret in het zwembad en ' avonds eten we met zijn allen tapas op het sfeervolle terras van Taberna Acor. Het wordt een beetje laat, maar dat geeft niet want iedereen wil genieten van de laatste avond samen. Vrijdag vertrekken ze alweer. Maar niet zonder een uitgebreide lunch bij Tasca, een begrip in Ponta Delgada. Het was een buitengewoon fijne week. En ook al al moeten nu alle knopen van onze broeken een maatje versteld worden omdat we zo buitensporig veel lekker en gezellig gegeten hebben, het is niet zo heel erg. We hebben genoten van elke minuut! 


Dankjewel voor de heerlijke week!



Mijn ouders worden meteen afgelost door Bea, die graag nog een stukje met ons meekwam. We gaan nog met haar naar een apart volksgebeuren. The Holy Spirit Festival. We zijn net op tijd om de massale soepbedeling mee te maken. Wel 13000 rijke eetsoepen en rijstpapjes werden uitgedeeld en opgegeten aan meterslange houten tafels. In de namiddag nemen we de kindjes van een marinebiologe en haar man mee. Zij hebben een walvis/dolfijnenspotters bedrijf. We eten fronzen yoghurt mét unlimited toppings... en gaan kijken naar de stoet. Ons Beke gaat ' s avonds nog op stap, maar wij kappen ons uitgeput af. Zondag, onze laatste dag op de Azoren, gaan we dolfijnen en walvissen kijken met Yasmine en Paulo, de ouders van de vriendjes van Simon en Elise. Walvissen zien we niet maar we kunnen zwemmen met de wilde dolfijnen. Dat het water maar 17° is, vergeten we snel als we de prachtige gracieuze dieren rondom ons zien zwemmen en jagen op makreel. Het is een onvergetelijk schouwspel. En zo komt er een einde aan ons avontuur op de Azoren. Morgen trekken we naar Engeland. Het wordt een alweer een lange tocht van een tiental dagen, maar hij brengt ons weer een stukje dichter bij huis... 

Festas divino espiritu santo



we gaan zwemmen met dolfijnen.

klaar voor de volgende oversteek!